200 dòng đầu tiên.
Fanny?
Fanny Moreau?
Alain Aubert.
Jij schreef toch voor de schoolkrant?
Ja, dat klopt.
Op het Lycée Français in New York, ja.
Dat ik je hier tegenkom... Wat doe je nu?
Ik ben... Ik ben op weg naar m'n werk. En wat doe jij?
Ik heb je vaak in de gangen gezien.
We hadden dezelfde lerares Frans, Mme Dufresnes.
Ik was echt gek op haar.
'De dode bladeren op de huid.'
Ik hoor haar bijna. Wacht...
'Ik ben niet vergeten wat er was, en de spijt ook niet.'
Jacques Prévert.
Dat was al Parijs.
Waar ga je naartoe? - Naar kantoor, maar...
Werk je en woon je hier? - Ga jij dezelfde kant op?
Als schrijver kun je zelf je werktijden bepalen.
M'n pa werkte voor 'n Frans bedrijf in New York. Dus zat ik daar.
Mijn pa zat toen nog bij de VN.
Dus je bent schrijver? - Dat ik je tegenkom.
Dat is toch 'n toeval.
Ja, ik ben schrijver.
Ik wilde deze zomer 'n boek afmaken, maar 't kost meer tijd.
Ik heb al 's in Parijs gewoond.
Toen was ik getrouwd. Lang verhaal. - Jouw stukken waren heel leesbaar.
Een groot compliment.
Woon je hier? - Ja, m'n man werkt hier.
Wat doe jij? - Ik werk voor 'n veilingmeester.
Je heet niet meer Fanny Moreau. - Ik heet nu Mme Fanny Fournier.
Dat je mij hebt herkend.
Zeker, altijd. Ik was toen gek op je.
Laat ik er niet over beginnen. - Kijk, hier werk ik nu.
Hè? Ik woon hier vlakbij. - Woon je niet in Parijs?
Nee, ik reis op en neer. Ik ben nu vaak in Londen.
En waar gaat je boek over? Wacht, het is tien voor drie.
Leuk je te ontmoeten, succes met je roman.
Misschien wil je 'n keer uit eten...
...en de goeie oude tijd ophalen. - Prima, je weet me te vinden.
Hoe is je naam als getrouwde vrouw ook alweer? Fournier?
Mme Fournier...
Die mensen uit Monaco verkopen de hele erfenis.
Juwelen, schilderijen, bijzondere kleding.
Noteer je alles? - Ja.
Op naar die borrel. We blijven niet lang.
Edgar rijdt ons de stad uit voor 't donker is.
We bleven toch hier?
Ja, maar Bernard en Chloé komen, met Pierre Hersant.
Je ziet er prachtig uit. - Dank je.
Heerlijk als je die jurk aan hebt.
Iedereen wordt jaloers. - Vind je 't niet...
...te sexy? Kijk nou. - 'Te sexy' bestaat niet.
'Te rijk' evenmin.
Ik heb wat voor je. - O, Jean.
Wat mooi. Dit is gekkigheid. - Ik ben gek op je.
Ik verwen je graag. - Doe je ook.
Geen zorgen, ik verwen mezelf ook. Kijk maar.
Is dit het? - Kijk.
Ja, dit is het.
Een antiek Märklin-complex dat perfect werkt.
Nooit volwassen. - Ik blijf 'n jochie.
Goed. Ring om, dan gaan we.
Vind je 'm niet mooi? - Jawel, maar...
Zo'n duur juweel past niet echt bij mij.
In het begin misschien niet.
Later keek ik nog 's goed en zag ik een prinses.
En nu ben je m'n koningin.
Hier, doe 'm om.
Jij bent 't meest verwend, je krijgt altijd je zin.
Je verzet is zwakjes.
Ik ben nogal kwetsbaar, ja.
Doe je die ring nu om? - Hij past niet bij de jurk.
Het is toch 'n prachtige ring? - Zeker...
...maar hij voelt ongemakkelijk. - Altijd rebels.
Je bent nu 'n deftige dame. - Moeten we naar buiten?
Jij en je vrienden gaan jagen, ik verveel me.
Je kunt uitrusten, lezen, goed eten.
En dan nog de vrouwen. - Je bedoelt Delphine.
Verwaand en materialistisch. Niks te vertellen.
Genoeg geklaagd.
Doe de ring om, dan ben je de mooiste van allemaal.
Die ring is voor 'n deftige dame. M'n ziel blijft opstandig.
Je ziel is mijn zorg. Jij moet alleen verpletterend binnenkomen.
Ben ik 'n trofeevrouw?
Ik zweer 't. Niemand noemt jou zo.
Jean Fournier en z'n trofeevrouw. - Ze is aanbiddelijk.
En heel slim. - Mee eens.
Een heel mooi stel. - Ja, zeker.
Dus hij heeft veel geluk. - En heel charmant.
Persoonlijk vind ik hem heel aantrekkelijk.
En hij is heerlijk vermogend.
Ook niet verkeerd, hè?
Briljant zakenman, zeggen ze. - Wat doet hij?
Niemand weet hoe hij poen verdient. - Wat zeg je nou?
Zit er iets verdachts onder?
Hoe dan ook, hij steunt goede doelen.
Ik snap haar. Hij lijkt 'n Gatsby. Nogal ondoorgrondelijk.
Hij had... Dit hebben jullie niet van mij.
Hij had 's een partner die verdween in de natuur.
Verdronken.
Zelfmoord, zeggen ze. Of zelfs moord.
Heb ik nooit van gehoord. - Ja, ik wel.
Niemand weet er het fijne van. Toch denk ik...
Hou toch op.
Goed. Nou...
Het werd bekend voor ik in Parijs was. De kranten schreven dat hij verdronk.
Groot voordeel voor Jean. Meer weet ik niet.
Het zijn roddelbladen. - Roddelbladen...
...maken het leven wat vrolijker. - Dat is waar.
Allemaal pulp. - Jazeker.
O, wauw. Dit is 'n attente man.
Een magnifieke ring. - Dit hoort bij 'n proces.
Ik geef zo'n sieraad, zij gaat mee de stad uit, wat ze haat.
Ik hou van zwemmen. Dat is 't wel.
Haar moeder is avontuurlijk. Gek op kajakken, vissen en zelfs jagen.
Maar niet dit ravissante meisje.
Dit weekend gaan we de stad uit, en op hertenjacht.
Dat is heel vermakelijk.
Ik kan 't niet. - We zijn vegetarisch.
Dat wist ik niet. Het spijt me.
Geen roddelpers, maar wel pikante nieuwtjes?
Beste vriend... - Een glaasje?
Verveel je je? Wij gaan de stad uit. - Mooi, het platteland.
Maar dodelijk. - Ik lees Rendez-vous à Samarra uit.
Een geweldig boek.
Dank je.
Ik ontmoette iemand van school, op de Avenue Montaigne.
Hij herkende mij meteen. - Je bent ook nog 'n meisje.
Hij zei dat hij gek op me was, toen.
Zei hij dat nu pas?
Ik zit weer in het verleden, en denk er steeds aan.
New York. Fijnste tijd van m'n leven, met 'n veelbelovende toekomst.
Ik herinner me z'n jeans en z'n bordeauxshirt.
Als hij me toen had aangesproken, wat was er dan gebeurd?
Had ik 'n ander leven gehad. - Waarom? Wil je 'n ander leven?
Ik leerde van m'n eerste huwelijk: het is geen werken of moeten.
Het is geen karwei, maar iets waar je naar uitziet.
Ik ging 's naar een veiling...
...waar sieraden werden geveild van Marie-Antoinette.
Heb je wat kunnen kopen? - Ja.
Ik droeg 't op het bal van de prins van Monaco. Groot succes.
Ik ben blij. Het kostte me wel wat.
Gaan we echt op herten jagen? - Jawel.
Geen idee of ik de moed heb. - Als ik zo'n beest zie...
...weet ik ook niet of ik 'm afschiet.
Schiet je 'n hert dat jou aankijkt...
...dan is dat als kindermoord.
O, wat dit is lekker. - Je wijn is ongelooflijk.
Die heb ik voor jou gekocht. - Ik beveel aan:
Culinaire reis in Japan. - Ben ik geen fan van.
Is 't lekker? Onze kokkin heeft dit weekend vrij.
Onze kokkin heeft gedag gezegd. - Wij zoeken iemand, maar 'n goeie...
...vind je niet. - En houd je niet.
Je moet ze goed betalen.
En Pierre is ook nog 's lastig.
Delphine is aardig, maar 'n snob. - Ze bewondert je.
Dat ik hun stichtingen steun, helpt wel.
Chloé vroeg weer wat je doet.
Ook als jouw vrouw weet ik dat niet.
Dit is gek. Waarom vindt iedereen 't zo geheimzinnig?
Ik heb 't al duizend keer uitgelegd.
Weet ik, maar... - Luister.
Ik voeg aan vermogens toe. Helderder kan 't niet.
Rijke mensen willen rijker worden.
Minder belasting, meer voor de kinderen.
Ik help daarmee, en zo verdien ik.
En alles legaal?
Eh, ja.
Grotendeels.
Ja, Fanny, met Alain. Alain Aubert, van school.
Hoi, hoe gaat ie?
Goed, hoor. Luister, ik sta nu vlak bij de galerie.
Wil je met me lunchen vandaag? Of 'n andere dag, deze week.
Ja, we kunnen vandaag wel even samen lunchen.
Super, super. Luister.
Ik ken 'n goeie plek.
Het is prachtig weer voor lunch in het park.
Daar zat ik ook aan te denken.
We kunnen even broodjes halen.
Ik sta voor je kantoor. Halfeen, één uur?
Super. Tot zo.
Ik woon hier echt vlakbij.
Vertel eens. Getrouwd, kinderen?
Gescheiden, geen kinderen.
Ik was getrouwd met iemand die je misschien kent, Anne Sorel.
Ze zat op school bij ons. Ze speelde in L'Alouette van Anouilh.
Die heb ik niet gekend.
Heel mooi meisje.
Eigenlijk... - Wat?
...werd ik verliefd op haar omdat ze op jou leek.
Maar dat ging dus mis.
Jij kwam heel eenvoudig over.
Heel natuurlijk.
Ik kon je niet aankijken.
Ik voel me gevleid, en geneer me ook.
Je had 'n heilige kant.
Ik had minder aandacht voor jongens kunnen hebben. Welke bank?
Gaan we hier zitten? - Goed.
Dus ik begon uit te gaan met Anne.
No comments yet. Be the first to leave one.