İlk 200 satır.
Dank u.
Dank u, M. Hulot.
Wat doe je nu? Neemt u haar niet kwalijk, M. Hulot.
Je bent geen kind meer. Naar binnen.
Wilt u een snoepje?
Nee, dank je. - Toe.
Vooruit, doe het.
Wat krijgen we nu? Kun je niet uitkijken?
Zie je niet dat het rood is? Moet ik daarvoor 25 jaar rijden?
Maar er is niets aan uw auto.
Nee maar, hoe bestaat het.
Kinderen!
Excuseer, mevrouw, maar ik rij al jaren.
En dan?
Wel, in principe, -ik zeg wel, in principe...
dienen de remmen om te stoppen.
Ik begrijp niet wat u bedoelt. Ik ben gestopt.
Ja, maar te laat.
Het rode licht brandt, de knipperlichten werken.
U zou nog zware ongelukken kunnen veroorzaken.
Mevrouw? - Het zijn de kinderen.
Neem me niet kwalijk.
Rotkinderen!
Er is niks te zien.
Stoute jongen.
Wat een verrassing. - Ik was in de buurt, en ik dacht:
ik moet even langs gaan. - We zien u zo zelden.
Wat een verrassing. - Ik wou u niet storen met de werken.
De tuin is net klaar. - Ik zie het.
Het vergde allemaal... - Het begint vorm te krijgen.
De hal had u al gezien. - Schitterend.
Alles staat met elkaar in verbinding. Heel praktisch.
Dat zal Gérard zijn. Verontschuldigt u me.
Kom je niet binnen?
De kamers zijn uitstekend georiënteerd.
Ze geven allemaal uit op de tuin. - Heel mooi.
Ik zie dat u mijn hoed bekijkt.
Ja, heeft u nog altijd dezelfde modeontwerpster?
Ik vind zo moeilijk een goed hoedje. - Dat moet u niet zeggen.
Laten we naar Gérard gaan.
Gérard lieverd, zeg dag tegen Mw. Dubreuil.
Wees eens lief. Ach, u moet het hem niet kwalijk nemen.
Gérard, ruim je spullen op. En maak geen rommel.
Doe je schoenen uit.
Was je handen. En goed wrijven. Gérard, luister je?
Ja, mama.
Hang je jas goed op. En trek je pantoffels aan.
Ziet u, hij antwoordt niet eens. Gehoorzamen doen ze niet meer.
Verbaast me niets.
Maar als zijn oom hem komt halen, gaat het vanzelf.
Om pret te maken treuzelt hij niet.
Zo laat al? We kletsen maar, en ik hou uw handen tegen.
Ach, in een modern huis... - Toch, toch.
Het moet een hoop werk zijn.
Het is heel wat. - Maar u doet 't graag.
U bent er me eentje. - Ik ga nu maar.
Ik laat u gaan. - Jaja, ik ken de weg.
Tot ziens. - Tot gauw.
Nee, ik ben het.
Kom gauw.
Stil.
Kijk hoe flink hij werkt.
Helemaal zijn vader.
NATUURWETENSCHAP
Het is net half. Mag ik? - Ja, zet aan.
Zoals elke dag op hetzelfde uur,
de uitzending van professor Platov,
met vandaag: "Zelf nadenken".
Hebt u pompelmoezen?
Alstublieft, 66 frank.
Maar u geeft me niet het volle gewicht.
Excuseer, maar hij heeft een lekke band.
En dus helt de bestelwagen naar rechts.
Met als gevolg dat de naald naar links gaat.
De weegschaal kan onmogelijk juist wegen.
Ik vraag u niet graag zo'n dienst,
maar ik zou u dankbaar zijn als mijn schoonbroer een baantje kon...
In orde. Uw broer hoeft maar... - Schoonbroer.
Uw schoonbroer moet zich melden bij Jw. Vénier.
Ik bel hem meteen, als u me toestaat.
Gaat uw gang.
Dank u.
Mag ik nummer 24 in Saint-Maur?
Hij heeft geen telefoon,
maar op dat nummer is hij altijd te bereiken.
Mag ik M. Hulot even?
Ze gaan hem halen.
Hulot? Arpel hier. Je schoonbroer.
Je moet naar de SDRC komen.
Dérivé du Charbon. Je aanmelden.
Het is een café.
Doe die deur toch toe. Over 'n kwartier.
Neemt u me niet kwalijk.
Hartelijk dank, meneer de directeur.
Tot ziens, meneer de directeur.
Ik zal vragen dat men ons niet stoort.
Mooie tomaten! Vraag mijn mooie tomaten, dames!
Gaat u binnen.
Het is heel eenvoudig. U werkt van acht tot twaalf.
U hebt een uur voor uw middagmaal,
en u herbegint om één uur.
Tot zes.
Zondag is uiteraard vrij.
Ogenblikje.
U hoort nog van ons.
Momenteel zijn er geen vacatures voor acrobaten.
Nee, gaat u liever buiten
langs hier.
Dan ziet u wat er hiernaast gebeurt,
zonder halsbrekende toeren uit te halen.
Kan ik u helpen?
Ik ben uw buurvrouw. Ik heb dit gevonden.
In mijn tuin. - U hoefde geen moeite te doen.
Komt u even binnen. - Ik wil u niet storen.
Welnee, integendeel.
Kijk wat je gedaan hebt. Stoute jongen.
Berisp hem niet.
Ach, ik ben helemaal van streek.
Alstublieft.
Dit hier is de woonkamer.
Het is heel eenvoudig.
Dat is de kamer van Gérard.
Alles staat met elkaar in verbinding.
Onze zithoek.
Dubrocq.
We hebben overal airconditioning.
En alle plannen zijn getekend in de fabriek van mijn man.
Wat origineel. Mag ik gaan zitten? - Daar dient het voor.
Oh, mijn biefstuk.
Twee... vier...
Ga even achteruit. Voor de saus.
Charles, onze buurvrouw.
Bravo. Het oogt allemaal...
fantastisch. - U bent al te aardig.
De tuin... - Excuseer, ik heb 'n cadeau voor m'n zoon.
Gérard, een verrassing. Kijk.
Een mooie locomotief. Blij?
U boft toch maar. Ik...
ben alleen.
In mijn kast van een huis.
Mijn paraplu.
Tot ziens. Tot gauw nog eens.
Telefoon.
Daar spreekt u mee, ja. Kwam hij? Nee, niet Hublot.
Hulot. Wat? Hij kroop op... Hallo?
Op het bureau? Om te kijken? Waarnaar?
Hallo, meneer de dir...
Fraai, die broer van je.
Zwijg maar. Ga binnen.
Knap van je broer.
Wat is er? - Dertig seconden. 'n Record.
En ik sloof me voor hem uit bij de grote directeur.
Hier.
Gaat het?
Het gaat.
Ik heb een idee.
Aangezien zijn oom vrij is, kan hij met Gérard uit.
Je vader.
En voorzichtig zijn.
Je koffie staat klaar.
Nu jij, Jean-Paul. - Wacht.
Wegwezen!
Hee daar!
Slim, hoor.
Lekkere oliebollen! Lekker deeg!
Lekkere oliebollen, kinderen!
Proef maar eens hoe lekker!
Lekkere oliebollen!
Opgepast, 't is warm! Een likje jam.
Mag ik een dubbele laag? - Alsjeblieft.
Een lekkere oliebol.
Doet u er ook suiker op? - Maar natuurlijk.
Alsjeblieft, jongen.
Een flink pak suiker. Proef maar eens.
Voor mij een dikke, meneer. - In orde.
Lekkere oliebollen, kinderen. Warme oliebollen.
Alsjeblieft!
En een flink pak suiker.
Alsjeblieft, jongen.
Kijk eens wat 'n lekker deeg.
Schiet op.
Kom.
Heb je geld?
Een klant.
Jouw beurt.
Je hebt gewonnen.
Komaan, hier met je geld.
We herbeginnen, hoor.
Verloren.
Hier met de poen.
En mijn geld?
Jij houdt de wacht, oké?
Lekkere oliebollen, kinderen!
Kijk eens hoe lekker!
Hij roept ons.
Vlug!
Jouw beurt.
Verdomme!
Verloren.
Ik heb gewonnen. - Nee.
No comments yet. Be the first to leave one.