İlk 200 satır.
Ik zal de politie een beschrijving van het voertuig geven.
Mrs Patty Vare?
We praten met iedereen die op het feest was
dat gisteren in William Ryans huis gehouden werd.
- Was u op dat feest in Ryans huis? - Is er iets mis?
Om te beginnen is de auto van Mr en Mrs Rune Carter gestolen
bij de Landmark Tavern.
- Was u in de Landmark Tavern? - Ik was bij Billy Ryan.
Dat is vlak bij de Landmark.
Ik heb de Carters niet gezien.
Hoe bent u gisteravond thuisgekomen?
Met wat meiden uit Blakely meegereden. Is dat alles? Ik ben bezig.
Is er iemand bij u in huis?
Zoals wie?
Wie dan ook.
Niet op dit moment.
Oké. Dat mag.
Denkt u dat u straks nog hier bent?
- Hoezo? - Als we nog iets willen weten.
Straks ben ik er niet. Ik ga een eindje rijden. Sorry.
In die Porsche?
Op een paard.
Ik moet u wel waarschuwen dat het gaat regenen.
Oké.
Ik zat met bebloede handen aan tafel.
Ik wachtte op de zonsopgang terwijl m'n vrouw, althans deels,
nog steeds naast me zat.
Haar hoofd was afgehakt,
en, na tot aan de vaatwasser te zijn gerold, keek het me niet meer aan.
Ik zag alleen het plastic haarspeldje in haar haar,
en het spoor van bloed dat naar mij toe liep.
Dat was het.
Je hebt het goed verkloot.
- Noem je dat schrijven? - Pardon?
Noem je dat schrijven?
- Wat mankeert eraan? - Het is geen schrijven.
Het is chocoladesiroop op chocoladeijs. Gooi maar weg.
- U wou een huiselijk tafereel. - Wrok.
In de stijl van de schrijver John Cheever.
- Dat is dit. - Volgens mij niet.
Volgens mij wel.
Wat je hebt geschreven, is niet in John Cheever-stijl.
Doe het dus voor de volgende keer maar overnieuw.
- Goed, meneer. - Dat had je meteen moeten zeggen.
Je krijgt ook een nul omdat je te laat was.
- Ik spijbel morgen wel. - Omdat hij je verhaal niet mooi vond?
Nee, omdat hij me weer een nul gaf omdat ik drie minuten te laat was.
Als je niet komt, krijg je ook een nul. Dus kan ik beter spijbelen.
Hij begint te vroeg en vraagt dan waar je blijft.
Ik weet het.
Hij vraagt erom dat je spijbelt.
Mij best. Ik doe het met plezier.
Hé, Heinz. Weer geflipt?
- Ik ga iets te eten halen. - Was het een leuke les?
- Frances. - Laat me met rust.
Geef me wat chips, oké?
- 2 dollar 50. - Wat?
Dat zijn er vijf. Vier op de pof is het maximum.
- Frances. - Zo heet ik, ja.
- Ik heb niks bij me. - Hou toch op.
Hoezo? Ik heb een beurs. Elks Lodge betaalt voor mij.
Vraag je geldschieter dan maar om een snacktoelage.
- Milkshake of chocoladedrank? - Baker?
- Die trut laat me creperen. - Dat hoorde ik.
Pas maar op.
- Wat? - Ik moet metje praten.
- Je gezicht is vies. - Je moet de auto regelen.
- Hoezo? - Er is een dame bij Murphy.
- Wat bedoel je met "een dame"? - Een dame.
Wat voor dame?
Weet ik niet, maar we moeten haar ophalen. Met de auto.
- Geef even geld. Ik heb honger. - Wie wil er chips?
- Hoe kom je daaraan? - Gevonden.
Baker, alsjeblieft.
- Oké, we gaan. - Ga je met me mee?
Ik zei net "we gaan".
Waar ga je heen? Geef hier.
- Wat hebben zij? - Geen idee.
- Cooke, rustig. We vinden haar wel. - Ik weet het.
- Wat deden jullie daar? - Spijbelen.
We zagen een paard lopen. opgetuigd, maar zonder berijder.
Murphy wou weg. Ik dacht dat het paard verdwaald was of...
Daar is Murphy.
Kom dan.
Snel.
Kom op.
Moet je haar zien.
Moet je zien.
Ik zei het toch.
Ze heeft daarnet bewogen.
- Hoe bedoel je? Wat heb je gedaan? - Niks. Ik heb haar niet aangeraakt.
Wat is er met haar gebeurd?
We kunnen 'm maar beter smeren.
- Briljant, Murphy. - Wat wil je dan?
Geen idee. Ik ben aan het nadenken.
Mevrouw, bent u daar nog?
Waar is m'n paard?
We brengen u naar een dokter.
- Waarom niet? - Ik mankeer niks.
- Dat denk ik toch niet. - Ik wil niet naar een dokter.
En als er iets gebroken is?
- Moeten we u naar huis brengen? - Waar woont u?
Woont u hier in de buurt?
Mevrouw?
verdomme.
- Hou je kop. - Wat nu?
We nemen haar mee.
- We nemen haar niet mee naar school. - Waarom niet? Ze wil niet naar huis.
Breng haar naar een pompstation. Bel de politie.
- Hoorde je wat ze net zei? - Dat heb ik gehoord.
Stel dat ze op de vlucht is? Ik lever haar niet uit.
Omdat ze van haar paard is gevallen?
Ik weet niet wat er is gebeurd.
Wat?
Wat doe je?
Niks.
- Wat doen jullie hier? - We zochten een aansteker.
- Heb je geen aansteker? - Ze zijn allemaal hier. Klaar?
Moeten jullie niet eten?
Oké. Daar gaat ie.
- Als je nu niet gaat, kom je te laat. - Je pa heeft weer gebeld.
Volgens mij praat hij liever met mij dan metjou.
Fijn, maar het is halfzeven.
Je was je ma's verjaardag weer vergeten. "Sonny, verdomme."
Noem me niet zo.
Als je nu en dan iets leuks vertelde, zou hij je aardiger vinden.
Daar is Jimmy Cooke.
- John. - Wat?
M'n naam is niet Jimmy, maar John.
John. Johnny. Jimbo.
Hoe gaat het, Bill?
- Ophoepelen. Allemaal. - Pardon?
Hé, dat was van mij.
Dit is mijn kamer.
- Wat heb je toch? - Niks. Ik wil gewoon wat privacy.
snappen jullie dat?
- Wat ga je doen wat zo geheim is? - Niks.
- Graafje een tunnel of... - Nee, eikel.
Ik heb 'n bewusteloos meisje in de auto en ik wil haar naar m'n kamer brengen.
Mocht je willen.
Jullie worden bedankt.
We zijn er nu.
- Waar bleefje? - Gaat het goed met haar?
Ik weet niet eens of ze dood is of nog leeft.
En nu? Ze heeft een ongeluk gehad.
Dat weet ik.
- Breng haar naar binnen. - Ik niet.
Ik ga eten. Je gaatje gang maar, maar dan wel zonder mij.
Ik probeer haar te helpen.
Kom op.
Wat is dat?
Een briefje van 20.
- Patty S. Vare. - Laat mij eens zien.
Ogen: br...
Bruin.
- Geboortedatum: 2-9... - Ze is 25.
- Ze zegt weer iets. - Is ze wakker?
Misschien. Ik weet het niet.
Je bent wakker.
Hallo.
Hoe voel je je?
Niks gebroken?
- We hebben je laarzen uitgedaan. - Zodatje kon slapen.
Gaat het?
- Moeten we de ziekenzaal bellen? - Nee.
Ze praat.
Ze moet naar de ziekenzaal.
- Ze zei nee. - Waar ben ik?
In mijn kamer.
- Ik bel de ziekenzaal. - Ze zei net nee.
- Ik wil even zitten. - Ga je gang.
Waar is m'n paard?
Dat weten we niet.
Ga wat te eten voor haar halen. Haal een boterham.
Nu?
Wil je dat? Heb je honger?
Niet echt.
- Haal wat soep. - Laten we erom tossen wie gaat.
Oké, ik ga wel. Als er geen soep is, dan donuts?
Donuts zijn prima. Ga nu maar.
En...
- Wat heb je gedaan? - Ik ben van m'n paard gevallen.
Waarom wil je niet naar een dokter?
Heb ik dat gezegd? Dat weet ik niet meer.
- Dat verbaast me niks. - Hoezo? Wat heb ik nog meer gezegd?
Je zei datje niet naar huis wou.
o ja?
Het klonk alsofje iets had uitgevreten.
Mrs Patty Vare?
- Heb je iets gestolen? - Wat?
Iemand vermoord?
Waar heb je het over?
De perfecte misdaad. Toen kwamen ze je op het spoor, dus moestje vluchten.
Waar heb je het over?
Weet ik veel.
Het was maar een idee.
Toen ikjou daar helemaal alleen in dat veld zag, hoopte ik
dat ik 'n voortvluchtige aan 't redden was.
Sorry dat ik je moet teleurstellen.
Verontschuldig je niet. Je bent geen teleurstelling.
No comments yet. Be the first to leave one.