145 บรรทัดแรก
ZONDAG IN HET PARK MET EDDIE
- Wat doe je? - Ik strijk je zoon z'n sokken.
Waarom draai je ze niet ineen net als die van mij?
Dat kneust de wol, zegt ie. Ik moet ze strijken, vouwen
en in de sokkenlaatjes leggen.
Die ken ik van 'n catalogus. Ik vroeg me af wie zoiets ooit zou kopen.
Dr Crane kende ik toen nog niet.
We wisten nooit zeker of hij wel echt van ons was.
Maar met Niles kwam er ras een einde aan die twijfel.
Toe, gebruik een viltje. Je bier heeft een nat kontje.
Ik ook. Duw je straks een viltje onder m'n toges?
Breng 'm niet op een idee.
Mrs Greenway, wat leuk.
- Hij was het. - Kom toch binnen.
Nu ik hem weer zie, weet ik het zeker.
Mijn Phoebe is zwanger van die vieze vuilnisbak.
Dat komt zomaar m'n hond beschuldigen.
Ik moest 'm steeds bij Phoebe wegjagen in 't park.
Het kan 'm niks schelen wie hij allemaal in 't verderf stort.
Als hij maar aan z'n trekken komt.
Weet je wat 't is, Dorothea? Jouw hele houding.
Daarom wil niemand naast je zitten.
Eddie kan het niet geweest zijn. Hij is gecastreerd.
Je meent 't. En wat zeg je hier dan van?
Lieve help.
- Het zijn mini-Eddies. - Wat zijn ze snoezig.
Dat komt goed uit, want je mag ze houden.
Stoute hond, wat heb je nou gedaan? Vooruit, pak aan.
Pa, ik verlang een verklaring. Was Eddie niet gecastreerd?
Was 't zelf even nagegaan.
Ik heb me nog nooit dermate zitten vervelen.
- Ze zijn om op te vreten. - Geen geknuffel.
Dan willen ze blijven. Niet op de bank.
Waarom liet je 'm ook los in het park?
Je weet toch hoe hij zich aan 't meubilair vergrijpt.
Hij zit hier maar de hele dag.
In het park kan hij een frisse neus halen.
Bleef het daar maar bij.
- Ik weet al hoe ik deze ga noemen. - Niks ervan.
Alleen gezinsleden hebben 'n naam nodig.
Terug in die doos, lelijk scharminkel.
Grote goden.
Ik ga naar de studio. We praten er nog wel over.
Geen paniek, morgen laat ik Eddie castreren.
Dat is je geraden. Daphne, de doos.
Waar brengt u ze naar toe?
- Ik geef ze weg aan de medewerkers. - Kunnen we ze niet even houden?
Nee, dan aarden ze naar hun vaartje.
Het is wellicht al te laat.
Kijk me in vredesnaam niet zo aandoenlijk aan.
HET KATTENMENS
Dag Roz, wat zie je er leuk uit.
- Ik hoef geen hond. - Zei ik dan wat?
Ik hoorde 't van Betty. Waar heb je ze vandaan?
Mijn huiskamer. Ziehier het bastaardzaad van Eddie.
- Waar kan ik zes puppy's kwijt? - Zes? Goed gedaan, Eddie.
Toe nou. Ik probeer ze al 'n uur aan de man te brengen.
- Met weinig succes. - Niet iedereen heeft 't op honden.
Ik ben meer een kattenmens. Niet dat ik uit 'n kattenkop drink.
Maar thuis hadden we een kat.
We waren onafscheidelijk.
Muffles of Scruffles, zo heette ie.
Weet je, Roz. Misschien ben jij ergens wel gek op honden.
Je weet 't alleen nog niet. Dat kan toch?
Toe, kijk nou eens even.
Vooruit, alleen even kijken.
Ach, wat schattig. Kom eens hier, kleine dreumes.
Ben jij niet een snoezendrolletje?
Geef me eens een kusje. Ik ben ook dol op jou.
Zo, ben je nou tevreden?
Roz, hoe kun je 'm zo terzijde schuiven na zoveel blijk van liefde?
Met kerels doe ik dat ook.
Vooruit, we gaan beginnen.
Ze hebben me door. Gedraag je, jongens.
Dag, Seattle. Hier dr Frasier Crane op praatradio KACL 780.
Ik blijf de komende drie uur bij u. Wie is de eerste beller?
Rita op lijn vier wordt het allemaal te veel.
Dag, Rita, ik luister.
Ja, dr Crane.
Wat fijn dat u naar me luistert.
Echt, ik...
Ik word stapelgek.
Ik sta alleen met vier kinderen.
De oudste is nog geen zeven, de anderen zijn jonger dan vijf.
Ik kook, dweil, doe de luiers en ruim alles op.
Soms heb ik het gevoel dat ik op instorten sta.
Wat moet ik beginnen?
Wat dacht je van 'n hondje?
Heeft u misschien nog andere hondjes?
Nee, ze zijn al vergeven.
- Bedankt voor uw komst. - Maar de kinderen...
Hondjes te over in de wereld. Hier daarmee.
Bedankt voor uw bezoek. Dank u wel.
Kijk eens aan, wijn en paté voor u en limonade voor de kinderen.
Waar is de familie Thomason? Wat doet die hond hier nog?
Ze leken me ongeschikt voor de voogdij.
Hij is nog wel dierenverzorger.
Zij is verpleegster. Voorbeeldige kinderen.
Hun aura stond me niet aan.
Op 'n boerderij nog wel. Ik was zelf meegegaan.
Ik moet ze dus maar aan jan en alleman meegeven?
Dat niet, maar hij kan hier niet blijven.
Dag, Niles. Kom binnen.
Ik kwam maar even langs. Maris heeft haar yoga-op-leeftijd groep.
En tja, kouwe kak in maillots...
Geen nood, kom hier maar even schuilen.
Het asiel doet nog zaken, zie ik.
De laatste. Ik had al een thuis voor hem.
Maar Daphne vond de familie te min. Paté?
De hond vond ze zelf niks.
Hondjes voelen zoiets haarfijn aan.
Bij de keus van een man ging ik altijd af op het oordeel van onze spaniël.
Daphne, dat is absurd, de keus aan de hond te laten.
Als een hond een man ziet zitten, dan is het steevast een lieve man.
Ik kon hem niet goed zien.
Kom jongen. Kom naar ome Niles.
Hij mag u graag.
Ja, dat heb ik wel vaker.
Daphne, haal die hond eens weg.
Bel Thomason. Zeg dat we het toch doen.
Goed, maar wel twee weken op proef.
- Bedankt. - Kom mee, Basil.
Wat zei ik nou over een naam?
- Ha die pa. - Goedemiddag, jongens.
Pa, het kwam me voor dat Eddie een bezoekje aan de dokter zou brengen.
Nochtans heeft hij nog steeds iets kwieks over zich.
We gingen van huis maar het verkeer was 'n gekkenhuis.
Als het zonnig is, rijden ze als gekken.
Ga je een andere keer?
Ja hoor, ik bel morgen wel.
Het gaat dus alweer niet door. Wat is er toch?
Er is niks. Wat zanik je nou?
Ik bel morgen. Hou je gemak.
Hemeltje, hij zit me te likken.
Eddie, kappen daarmee.
Er zit lever achter je oor.
Ik heb denkelijk een cracker gepakt en achter m'n oor gekrabbeld.
Er zit een klont koud vlees achter je oor en jij voelt helemaal niets?
Daar wilde ik 't wel op gooien, ja.
- Ik moet zeker weten dat je het regelt. - Oké.
- Beloof je het? - Dat zei ik toch.
En hou nou op met zaniken. Ik ga naar Duke's.
Hij loopt vlugger als hij ongelijk heeft.
Hij kan het Eddie niet aandoen.
Dan zal ik hem er maar heen brengen. Brave hond.
No comments yet. Be the first to leave one.