The first 200 lines.
Er zit iets onder mijn bed.
Raak de vloer niet aan.
Het krijgt je niet te pakken als je de vloer niet aanraakt.
- Er zit niks onder je bed. Alleen stof. - Dat weet ik.
Hij vreet je op.
Ga slapen, Aurora.
Welterusten, Aurora.
…Ik wens... ik wens...
…ik wens, ik wens...
Aurora? Kom naar boven.
Kom op!
Aurora. Wat doe je daarbuiten?
Kom binnen.
Is alles goed? Kom binnen.
Je moet niet zo angstig naar bed gaan...
Denk aan alle enge dingen en stop ze maar in mijn zak..
Al je angsten en wat je vreest dat zal gebeuren. Stop maar in mijn zak...
Ik bewaar ze, dan kun jij lekker slapen...
Zitten al je zorgen nu hier?
Welterusten, Aurora.
Dag, papa.
Je bent te oud om op je knokkels te bijten. Slecht voor je tanden.
Welterusten, Aurora.
Dag, mama.
Aurora?
Wat gebeurt daarbinnen? Aurora?
Mama?
Mama?
BEWONER VAN 5B
BEWONER VAN 5B
'Ik wil u inhuren om het monster onder mijn bed te doden.
Is dit genoeg om gebruik van uw diensten te maken?
A.'
Is dat genoeg geld?
Voor wat?
- Om me van uw diensten te verzekeren. - Ik heb het niet geteld.
Hoe ken je zulke chique termen?
De 'Elke Dag Een Moeilijk Woord' kalender.
Hoe heet je? Of is 'A' je naam?
Aurora. Hoe heet u?
Ik heb hier $327,42, Erora.
Hoe kom je aan al dat geld?
Ik heb de kerk beroofd.
Is het genoeg om een monster te doden?
Waarom denk je dat ik monsters dood?
Ik zag u er eentje doden.
Wat zag je dan?
In Chinatown.
Achter een dim sum restaurant. Daar zag ik een draak.
En u doodde hem.
Je zag dat ik een draak doodde?
En hoe doodde ik hem, Erora?
U sneed zijn buik open, alsof je een vis schoonmaakt.
Toen hakte u zijn kop eraf.
Je hebt een levendige verbeelding.
Ik heb twee ogen.
- Monsters zijn niet echt. - Welwaar.
Doe maar niet alsof.
Dat doen volwassenen niet.
Volwassenen doen alsof ze niet bang zijn. Maar dat zijn ze wel. Altijd.
Dat is grotendeels waar.
- Erora... - Aurora.
- Erora? - Aurora.
Meisje, heb je je ouders verteld dat ik monsters dood?
Hou op.
- En geloven je ouders in monsters? - Nu wel.
'Nu wel?
Eerst niet, maar nu wel.
Lastig om iets niet te geloven, terwijl het je opvreet. Opvrat.
Het monster vrat je ouders op?
Ja.
Net zoals je mij dat monster z'n buik zag opensnijden?
Ja.
En dat monster leeft onder je bed?
Ja.
Laat maar eens zien.
- Heb je je ouders opgevreten zien worden? - Ik verschool me onder mijn deken.
Dus je hebt het slechts gehóórd?
Ik hoorde dat ze werden gegrepen.
Dat is de kamer van mijn ouders. Daar probeerden ze zich te verstoppen.
Er is geen bloed. Dat moet er zijn als iets opgegeten wordt.
Het slikte hen in z'n geheel in.
Hadden je ouders een wapen?
Iemand had een wapen. Heb je een schot gehoord?
Zei ik toch?
Dit duidt op best veel herrie. Riepen je ouders niet om hulp?
Je hebt ook buren. Hoorde niemand dit?
Het vreet alles op.
Zelfs je gegil.
Vreet het ook je 'zei ik toch?' op als het mij verslindt?
Dan zeg ik het nu meteen wel
en als je dan opgevreten wordt, wéét je al dat ik het zei.
Waarom ging je niet naar de politie?
- Waarom ga jij daar nu niet heen? - Geen idee wat ik moet zeggen.
Zie je wel?
Ik kan zeggen dat er een meisje is dat door haar ouders verlaten is.
Dat kun je hen vertellen... nadat je het gedood hebt.
Ik probeer dit te begrijpen zoals jij het begrijpt, meisje.
- Dat monster dat jij mij 'zag' doden... - Ik wéét dat ik dat zag.
- Is jouw monster ook zoiets? - Daarom huur ik jou in.
Maar ik heb nog niet ingestemd.
Ik weet niet wat je dacht te zien, maar ik heb geen monsters gedood.
Ik heb niets gedood.
Dáárom ga je dus niet naar de politie.
Doden is tegen de wet. Heb je veel dingen gedood?
Die indruk wek je wel.
In mijn ervaring doet een monster dat iets verslindt zonder één druppel bloed
- dat niet zomaar. - Ben je nu klaar met 'net doen alsof?'
Ik probeer jouw zienswijze in te zien.
Waarom zou een monster jouw familie opvreten?
Omdat ze de vloer aanraakten.
Als onze monsters op elkaar lijken, eet ie geen mensen omdat ze op de vloer lopen.
Waarom wilde jouw monster jou verslinden?
Omdat ik monsters dood.
- Ga naar huis, meisje. - Iets onder mijn bed wil me opvreten.
Raak de vloer dan niet aan.
Nooit gedacht jou nog te zien.
Ik zou je kunnen omhelzen, maar aan dat soort dingen doe ik niet.
- U had een sandwich besteld? - Inderdaad.
Wil jij de helft?
Ik probeer mijn kaak te ontspannen.
Hij staat constant op spanning, dus ik moet 'm losmaken,
zodat ie niet uit mijn schedel knalt als ik een hap neem.
Komen deze je bekend voor?
Zou dat moeten?
Dat zijn mijn buren. Professioneel 'verdwenen'.
- Heb je je buren daadwerkelijk ontmoet? - Ik ben me van hen bewust.
De dochter was ook thuis.
- Zag ze het? - Ze hóórde het.
- Ze dacht aan 'n monster onder haar bed. - Je zoekt dus een monster?
Het monster zocht mij. En hij had het verkeerde appartement te pakken.
Dan had het monster geluk.
Ze braken in en beseften vast dat ze fout zaten
en ze moesten de ouders doden, als getuigen.
Het meisje zag niks en ze lieten haar leven.
Ik ga hier wel even achteraan.
Hoe weet je dat het meisje niks zag?
Dat zei ze me.
Maar ze zag jou wel.
Een meisje dat jouw gezicht zag.
Weet ze wat jij zoal doet?
Ze weet niks. En ze gelooft in monsters.
Jij bent ook een monster. Gelooft ze in jou?
Ik ga geen klein meisje vermoorden.
Omdat je haar ouders al vermoordde? Dat deed je dus niet.
Maar ik was er zeker wel verantwoordelijk voor.
Een cheeta doodt een baviaan.
Het jong klampt zich vast aan haar dode moeder. Wat doet de cheeta?
Die eet het jong niet op.
- Zelfs een cheeta kent zijn grenzen. - Ja, dat zag ik op Nat. Geo.
Het jong stierf sowieso. De cheeta ging door.
Dat moet jij ook doen.
- Ga van de vloer af! - Er komt een monster aan! Onder je bed!
- Onder mijn bed ligt ook een monster. - Verberg je dan in de kast.
Neel!
Was hier iemand binnen?
Zijn ze via de brandtrap ontsnapt?
Ze werd gegrepen.
Je monster?
Ik raak de vloer nu aan. Waar is je monster dan?
Waarom is het niet hier nu?
Het zit te eten.
Kom hier.
Als er iemand in je kamer was die kon ontsnappen, komen ze terug.
Er is niemand ontsnapt.
Blijf daar.
Wat doe je?
Ik laat zijn sappen wegstromen om troep te vermijden als ik 'm in stukken snijd.
Waarom snij je hem in stukken?
Ik moet het lijk dumpen.
Leg hem in mijn kamer en voer hem aan het monster.
Ben je ooit bij een slager geweest?
Ik doe wat de slager met varkens en koeien doet, maar nu met een mens.
Maar hij eindigt in een koffer, niet in onze maag.
- Ik hou van varkens. - Een koe dan.
Als je 't oké vindt wat we met koeien doen, dat doe ik nu met deze gast.
- Mag ik toekijken? - Nee.
Hij heeft nu niets menselijks meer.
Je mag me helpen de lichaamsdelen in te pakken. Als je wilt.
- Wie was hij? - Een moordenaar.
- Kwam hij om het monster te doden? - Hou nou op over die monsters.
Er was geen monster dat je ouders verslond. Ze werden vermoord.
Heeft iemand hun ook in stukken gesneden?
Hij kwam mij vermoorden. Of jou.
Sowieso één van ons. Mij, voor mijn redenen. Jou, voor mijn vergissing.
Waarom zou hij mij willen vermoorden?
Er was geen monster in Chinatown. Dat waren mannen.
Het waren mannen die je ouders doodden. Geen monster.
Ze wilden mij doden omdat ik veel 'monsters' doodde. Mannen, bedoel ik.
Voel je niet rot omdat een monster mijn ouders opvrat.
Hou op!
Alleen omdat jij het niet wil, betekent niet dat het niet zo is. Want zo is het.
Een monster vrat mijn ouders op.
Ik zou graag geloven dat er een monster onder je bed ligt.
Ik geloofde altijd het liefst in iets onmogelijks.
Dan ga je hier héél blij van worden.
Ik ben Brenda Bautista, van Jeugdzorg.
- Bent u Aurora's... - Ja!
Hallo, Aurora.
We hadden een afspraak.
No comments yet. Be the first to leave one.