As primeiras 200 linhas.
Hou de aandacht erbij.
Pak hem.
Pak hem. Kom op.
Sugita, dat is niet eerlijk.
Uit de weg.
Vraag om de bal. Vraag om de bal.
Sugita, dat is valsspelen.
Verdomme. Eikel.
Stop ermee. Zo is het genoeg.
Schei uit.
Dat is een overtreding.
Een overtreding van wie, meneer?
Kawabe.
Ik heb helemaal niets gedaan.
Je viel hem van achteren aan.
Ga op een lijn staan.
Schei uit, zei ik.
Ga terug... ga terug... Jij ook...
Oké, oké, dat is goed.
Hij richt op je hoofd.
Yamashita's oma is overleden. Die op het platteland.
Dikke Yamashita is drie dagen weggeweest.
Ja?
Hij ging naar de begrafenis.
Ja?
Yamashita kwam terug naar school.
Hé, dikke.
Dat had ik niet moeten zeggen. Nu is hij boos.
Hé, Kiyama.
Je was drie dagen weg.
Dat is een behoorlijk lange tijd.
Hé, dikke.
Dus je oma heeft het loodje gelegd?
Ja, dat klopt. Inderdaad.
Hoe was de begrafenis?
"Hoe?"
Was het cool?
Het kan niet cool zijn geweest, want er is iemand gestorven. Toch?
Vertel het ons, dikke.
Een begrafenis is gewoon een begrafenis.
Maar als iemand sterft, verbranden ze die.
In een crematorium.
De kist gaat in een grote oven en dan...
Boem. De deuren slaan dicht.
Dan ongeveer twee uur later...
Wat?
Het zijn allemaal botten...
Alles is verbrand. Er zijn alleen nog botten over,
helemaal wit en brokkelig.
Branden ze twee uur lang?
Dat moet heet zijn. Branden en branden...
Dan neemt iedereen eetstokjes en doet iedereen de botten in een pot.
Ik had een droom.
Een droom?
Er was een teddybeer aan het vechten.
Maar opeens zag ik dat het geen teddybeer was.
Het was oma's lichaam.
"Kijk, ik ben onsterfelijk."
52... 53...
Ik heb eens gelezen dat je je hele leven
600 tot 800 miljoen keer ademhaalt.
Ik zou in bed regelmatig tellen hoe vaak ik ademhaalde.
Hoeveel ik ook probeerde te tellen, die nacht kon ik niet slapen.
Die had je kunnen vangen.
Snel, ga staan.
Kom op, pak de bal.
Wat wil je ons vertellen?
Ken je die kalligrafieschool aan het einde van de straat
waar de bus langs rijdt?
Bedoel je die bij het park?
Twee deuren verder woont een oude man alleen.
Mijn moeder zegt dat hij een dezer dagen zal sterven.
Dus wat gebeurt er als op een dag een oude man helemaal alleen...
gewoon sterft?
Nou...
als hij helemaal alleen sterft...
dan ligt zijn lichaam daar helemaal alleen.
En dan vindt iemand hem.
Wat?
De oude man zal helemaal alleen sterven, en zal gevonden worden.
Door wie?
Door ons, domoor.
Ik ga.
Luister...
we houden die oude man in de gaten.
Yamashita, jij bent degene die het beste zou weten...
wanneer hij op het punt staat te sterven.
Je bent gek. - Lopen.
Wat ben je, een gier?
Kawabe, wat doe je?
Tegenwoordig denk ik alleen nog maar aan dode mensen
en wat er na je dood gebeurt.
Maar op de een of andere manier is het niet echt voor mij.
Voor mij ook niet.
Maar als je denkt aan iets dat niet echt is...
begin je je dan niet een beetje raar te voelen?
Alsof je heel nodig moet plassen.
Ja, zoiets...
Voorzichtig.
Ik kon het niet volhouden.
Toen ik hier gisteren was.
Heb je dit gisteren gedaan?
Alle auto's raasden onder mij voorbij.
Kawabe, hou op.
Ik dacht dat als ik zou vallen ik zeker zou sterven.
Kom op, Kawabe, stop daarmee.
Maar ik kon mezelf niet tegenhouden...
zoals dit.
Maar als ik dood was...
denk ik niet dat ik jullie kon vertellen hoe het is.
Ik snap het.
Wat snap je?
Laten we eens gaan kijken naar die oude man.
Kom op, Kiyama.
Je kunt het vanaf hier zien.
Kijk, er groeit gras op het dak.
Ja.
Er zijn overal spinnenwebben.
Wat een puinhoop.
Woont hier echt iemand?
Ik vraag het me af...
Hij leeft.
Mijn vader was een detective.
Ja? Cool.
Ken je de kappersmoordzaak? De steekpartij met de schaar?
Nee, die ken ik niet.
Mijn vader heeft die zaak gekraakt.
Hier gaan we weer.
Kawabe heeft geen vader.
Hij stierf toen Kawabe nog een baby was.
En die avond ging hij alleen naar de kapperszaak
en dacht hij dat hij het bloed kon ruiken.
Het zou geweldig zijn om tv te kunnen kijken wanneer we maar willen.
Ik kan maar anderhalf uur per dag tv-kijken.
Weet je wat?
Wat?
Die oude man ligt misschien dood daarbinnen met de tv aan.
Zittend, terwijl hij zijn benen verwarmt?
Kun je bewijzen dat hij niet dood is?
Hij is niet dood.
Maar het zou kunnen.
Wie gaat er aan een verwarming zitten als het zo heet is?
Yamashita...
Laten we gaan.
Rustig.
Ruik je iets raars?
Wat een stank.
Laten we hier weggaan.
Kiyama, jij gaat eerst.
Yamashita, nu moet jij gaan.
Elke dag hetzelfde liedje. Ik heb er genoeg van.
Niet elke dag. Om de drie dagen.
Dat klopt. Eigenlijk...
komt die oude man maar eens in de drie dagen buiten.
Om gewoon even naar de supermarkt te gaan.
Ja.
Maar hij eet niet goed.
Wat?
Hij koopt gewoon twee lunchpakketten.
Hij eet er eentje die avond
en eet de andere de volgende ochtend als ontbijt.
De zomervakantie is begonnen.
De zomerschool is vroeg begonnen.
Ik had zijn huis op dat uur nog nooit gezien.
Kiyama, wat ben je aan het doen?
Het vuilnis buitenzetten.
Vuilnis?
Ik kan niet tegen de stank terwijl we de wacht houden.
Vandaag is het vuilnisdag.
Ja, maar...
Help me, wil je?
Yamashita, stil.
Het stinkt.
Zelfs de kranten zijn verrot.
Kinderen...
wat doen jullie hier?
Het vuilnis buitenzetten.
Ik kan geen seconde mijn ogen sluiten.
Maak dat jullie wegkomen. Weg.
Kom op. Wegwezen.
Denk je dat we iets slechts hebben gedaan?
Stil.
Iemands tuin binnenwandelen. Wat voor ouders hebben jullie?
Mijn vader...
Hij was een brandweerman, weet je.
Hij stierf toen hij iemand hielp te ontsnappen uit een brand.
Hij was echt dapper.
Schei uit, Kawabe.
Luister, ouwe zak. We hebben je in de gaten gehouden.
Je ziet eruit alsof je gaat sterven.
We blijven hier om te zien of je sterf.
Kawabe, dat is genoeg.
Hoor je me?
Hé.
Heb je hem gevonden? - Nee.
Dus we zijn hem kwijt?
Wat moeten we nu doen?
Misschien is hij in het ziekenhuis.
Ziekenhuis?
Ik ging naar dat ziekenhuis toen ik een oogontsteking had.
No comments yet. Be the first to leave one.