पहली 200 पंक्तियाँ।
Natuurlijk weet ik het nog.
Is het niet te lang geleden?
Tien jaar is niks. Ik weet alles nog.
Dat weten we natuurlijk niet zeker.
Als je iets niet meer weet, weet je ook niet dat je het vergeten bent.
Wat een lesje in semantiek, zeg.
Laat die verklaring maar zitten en ga gewoon college geven.
Ik heb het dossier bij me. -Goed je te zien, Wayne.
Alan. -Hoe bevalt je werk?
Ik heb nog werk.
Geen grote zaken.
Dus ik heb meer tijd voor m'n gezin. Dat is een voordeel.
Na drie dagen vrij stuurt m'n vrouw me weer naar kantoor.
We moeten de zaak-Purcell opnieuw bekijken, rechercheur Hays. De zaken.
Je wilt de veroordeling terugdraaien, hè?
En dat vind jij oké? -Anders zat ik hier niet.
Waarom nu nog, tien jaar na dato?
Ja, de familie zit erachter. Maar waarom?
Je geheugen werkt niet zo best meer, toch?
Je geheugen werkt niet zo best meer. Niet moeilijk over doen.
Vandaag is het 20 mei 2015. Henry komt langs met die tv-luitjes.
Als de vragen je niet aanstaan, of je bedenkt je, dan stuurt Henry ze weg.
Maar bedenk waarom je dit doet. Zoek uit wat ze weten.
Je wilt niet nu nog verrast worden.
Ik neem dit op de 19e op. Vandaag is het de 20e.
Kijk naar je foto's en maak aantekeningen. En denk...
Denk aan het nachtkastje, voor het geval dat.
Hallo, pa. -Hoi.
Ze zijn zover.
We hebben sterke argumenten, denk ik. -Daar word je voor betaald, hè?
M'n vrouw schrijft er een boek over. Vraag het haar.
Laten we eerst dit afhandelen. -Vertel eens over 7 november 1980.
Hoe die dag voor jou verliep. -Prima.
7 november 1980.
Het was een vrijdag. De dag dat Steve McQueen stierf.
Hé pap, mogen we naar de speeltuin? -Waarom?
Ronnie komt ook, met z'n nieuwe pup.
Om half zes thuis. -Komt in orde.
Wanneer komt mama eigenlijk thuis?
Geen idee. Pas goed op je zusje.
Om half zes thuis, ik meen het. Voor het donker thuis dus.
De kinderen vertrokken om een uur of vier van huis.
Volgens meerdere getuigen.
Schiet nou op.
Kom op nou.
Pas op voor de bekleding, man.
Wat deed jij die avond?
Ik was aan het werk met m'n collega. Roland West.
We draaiden een gewone dienst. Er was een inbraakgolf geweest.
We waren aan het werk, dus.
Volgende keer beter.
Die rat beseft niet dat hij mazzel heeft dat ie nog leeft.
Oftewel, je schiet niet snel genoeg.
Steve McQueen is vandaag overleden.
We moeten iets doen.
Naar Miss Minnie's? -Schei uit, dat kan ik niet betalen.
Het is oprechter dan de meeste relaties.
Ging je in Saigon nooit naar de hoeren?
Daar ben ik te romantisch voor.
Ik ben een feminist. Als ze mij een beurt willen verkopen, hebben ze dat recht.
Uiteindelijk betaal je er toch altijd voor.
Denk jij dat je ooit gaat trouwen, Purple?
Nee. Ik ben niet asociaal genoeg om een gezin dat aan te doen.
Niet doen.
Eikel.
Vossen zijn roofzuchtig ongedierte, jongen.
Als jongetje kreeg ik een dollar voor elke dode vos.
Dan krijg je nu een dollar omdat ie nog leeft.
Laten we even wat rondrijden. Dan kunnen we muziek luisteren.
Oké. Misschien vinden we wel iemand om af te tuigen.
Dat zou fijn zijn.
Volgens mij niet. Ik vraag het even.
Hé, Ronnie? Zijn Will Purcell en z'n zusje hier langs geweest?
Hij zegt van niet. Hadden jullie afgesproken?
Nee, ik had wel gezegd dat hij de pup mocht komen bekijken.
Maar hij zei niks over vandaag. -Nee sorry, Tom.
Hij is hier al de hele middag.
Goed. Als ik iets hoor, bel ik je.
Wat een klotefietsje.
Ik eet geen wild zwijn.
Ik had twee dagen lang z'n spoor gevolgd.
Ik moest zelf een jachtgeweer bouwen.
Waarom wil je wel een zwijn afschieten, maar geen vos?
Wild zwijn kun je eten.
Ik had maar één kans. Als ik zou missen, ging ik eraan.
Ik wil m'n prooi een eerlijke kans geven.
Behalve bij ratten.
Enig idee hoeveel beschavingen die bijna hebben uitgeroeid?
Nou, hoeveel?
Weet ik veel. Minstens twee.
Ik heb de pest aan ratten.
En herten dan? Jaag je daarop? -Alleen met pijl en boog.
Nooit vanuit een hoogzit en nooit met aas.
D-12, over. Hoort u mij?
D-12 hier, over.
In West Finger worden meerdere mensen vermist.
Het adres is Shoepick Lane 5009.
Begrepen. We gaan erheen. We zijn er over tien minuten.
Een kwartier.
Shoepick Lane?
Rij maar naar Devil's Den. Je weet de weg naar West Finger.
Hadden we bijna een rustig avondje. -Zet het zwaailicht maar aan.
Tom Purcell. Twee kinderen, William en Julie, van twaalf en tien.
Moesten om half zes thuis zijn. -Voor het donker thuis zijn, dat zei ik.
Zit u zo goed?
Ja hoor, prima.
Dus u werd in 1980 belast met het onderzoek.
Het was die avond volle maan.
Dat weet ik nog, van die maan. En dat Steve McQueen dood was.
Will en Julie. Ik kan ze nergens vinden.
Er moet een nu ploeg komen die alle straten en het bos afzoekt.
Kalm aan, Mr Purcell.
Vertel wat er gebeurd is, dan bepalen wij wel hoe het verder gaat.
Rond vier uur stapten ze op de fiets. Ze moesten om half zes thuis zijn.
Ze zouden bij een vriendje langs, maar die heeft ze niet gezien.
Nooit bedacht dat hij misschien loog? -Natuurlijk wel.
We gaan ervan uit dat iedereen liegt. Punt.
Maar op het eerste gezicht dacht ik niet dat hij het uit z'n duim zoog. Dit niet.
Dit niet?
Ik ben niet nagegaan of hij loog over z'n overuren of z'n lengte.
Waar gaat dit nou om? Weten jullie soms meer dan ik?
Wij weten niet wat jij weet. Dus die vraag kunnen we niet beantwoorden.
Ik werd van de zaak gehaald toen de familie in 1990 het vonnis aanvocht.
Bij heropening van het onderzoek werd ik weer aangesteld.
M'n vrouw schreef er een boek over. Kon u het haar maar vragen.
Ik dacht ooit dat ik twee levens had: voor en na Vietnam.
Maar nu bleek ik een leven voor en na de zaak-Purcell te hebben.
Die zaak blijft maar terugkomen.
En hier zitten we weer. Welk jaar is het nu? 2015.
En daar is ie weer.
En het boek van uw vrouw behoort tot de klassieke literaire non-fictie.
Dat heeft ze goed gedaan.
Ze was een goede...
Een goede schrijfster.
En een goede docent. Een goeie speurneus ook.
Ze was goed in heel veel dingen. -Nog gecondoleerd.
Nog maar een paar jaar geleden...
We hadden zo veel plannen. Ik ging met pensioen.
Dat zette me aan het denken.
Die kinderen. Mijn kinderen, m'n vrouw...
Het spijt me. Ik mis haar vandaag gewoon erg.
Uw vrouw, Mr Purcell. Verwacht u haar vanavond terug?
Vast wel.
Ik heb geen idee.
Zouden de kinderen bij haar kunnen zijn?
Absoluut niet. -Hebt u haar gesproken?
Niet meer sinds vanochtend.
Ze is serveerster in de Sawhorse.
Ze is uit met vriendinnen. Ik kan haar niet bereiken.
Regel een opsporingsbevel en zo veel mogelijk agenten.
De hondenbrigade, en bel zo nodig de sheriffs.
We doorzoeken de akkers en bossen en zetten de wegen af.
En regel zoeklichten.
Moet u de FBI niet bellen? Dat doen ze altijd op de tv.
Dat kan pas na 72 uur. En we weten nog niet of...
Daar wachten we nog mee.
Jullie vragen bij alle buren na of ze de kinderen gezien hebben.
Kunnen ze bij familie zijn? -Nee.
Mijn ouders wonen in Shreveport en die van Lucy zijn dood.
Praat met Ronnie Ball, het vriendje van Will.
Zal ik jullie naar de speeltuin brengen? -Prima.
Mogen we eerst even binnen kijken? -Daar zijn ze niet, verdomme.
Snap ik, meneer. Maar soms kunnen we zo afleiden waar ze heen zijn.
Of ze iets anders van plan waren.
Waarom zouden ze... -Soms helpt dat enorm, meneer.
We moeten alle scenario's natrekken.
Ga je gang maar. -Mr Purcell.
Kam het huis uit, zet de tv aan, neem een biertje. Ik ga m'n kinderen zoeken.
Dat snap ik, meneer. Maar dat regelen wij, dat beloof ik u.
En u moet in de buurt blijven, voor als er iemand belt.
O, dus u belooft dat.
Dat klopt.
Kunt u ons binnen rondleiden?
Alstublieft?
Dat is de kamer van Will. En dat is die van Julie.
En is dat de kamer van u en uw vrouw?
Die van m'n vrouw.
Toe maar, ga je goddelijke gang.
Zou z'n vrouw er met de kinderen vandoor zijn?
Ze zijn in elk geval niet samen. -Je hebt vast gelijk.
Ik hoop het maar.
In dat geval belt ze morgenochtend vast.
Ik dacht dat de vrouw was vertrokken met de kinderen, zonder aankondiging.
Dat huwelijk zat niet goed.
Wanneer liet je die gedachte los?
Zo'n twee minuten daarna.
Kom hier, Lucy. Verdomme.
Wat is er gebeurd?
Wat heb je gedaan? Nou?
Wie, ik? Jij bent nota bene hun moeder. Waar zat je?
Ik heb ook recht op een leven. Jij zou op ze passen.
Ik liet ze fietsen, zoals zo vaak. Als jij niet buiten de deur zou neuken...
Mrs Purcell.
Ik ben Wayne Hays, dit is Roland West. Rechercheurs bij de staatspolitie.
Er is een opsporingsbevel en er komt een zoekteam.
Weet u waar uw kinderen kunnen zijn? Bij vrienden of familie?
Nee, we hebben hier geen familie in de buurt wonen.
Ik begrijp het niet. Wat is er gebeurd?
Stomkop. Klootzak.
Achterlijke klootzak.
No comments yet. Be the first to leave one.