La unuaj 200 linioj.
Het is 1173.
Het rijk van Henry II strekt zich uit van Schotland tot Zuid-Frankrijk.
Z'n zoons Richard en Geoffrey zijn tegen hem in opstand gekomen…
op instigatie van hun moeder, Eleonora van Aquitanië.
De slag is gewonnen, Sire. Ze zijn verpletterd.
Daar heb je haar.
Ik laat nog vijftig man aanvallen op de linkerflank. We verrassen hem.
Deze slag is verloren. -We kunnen nog winnen.
Richard, luister.
We trekken ons terug. -Moeder heeft gelijk.
Geoffrey, ga met Richard naar Parijs. Ik ga naar Poitiers. Ooit verliest hij.
Ze komt niet ver. M'n mannen wachten haar op. De jongens pakken we ook.
Laat die maar lopen. -Nee toch, vader?
Wie moeten ze achtervolgen en doden.
Doden, Johnny?
Ze wilden u van de troon stoten. De dood komt ze toe.
Ik weet het. Helaas zijn het je moeder en broers.
Mijn vrouw en zoons.
Grijp haar.
tien jaar later
Goed zo, Johnny.
Val me dan aan.
Ik moet gaan uitkijken voor je, Johnny. -Is dat zo, vader? Echt waar?
Toe maar. Blijf oefenen.
Hij wordt nog wel eens een goede koning.
Goed zo, jongen.
Ben je gelovig geworden, Henry?
Denk je straks vanuit de hemel te zien wie er op je troon zit?
Ik moet het weten voor ik doodga, Alais.
Er is een legende over ene Lear, met wie ik veel gemeen heb.
Hij heeft een koninkrijk en drie kinderen die hij aanbidt.
En we zijn allebei oud. Maar daarmee houdt de gelijkenis op.
Hij deelt z'n rijk op. Dat kan ik niet doen.
Ik heb een wereldrijk opgebouwd. Dat moet intact blijven.
Heel Brittannië en half Frankrijk.
Ik ben de machtigste man van de laatste duizend jaar.
En na mij komt John.
Ik raak je kwijt, hè? -Ik heb gravinnen gekend.…
melkmeisjes, courtisanes, nonnen.….
hoeren en zigeunerinnen.
Maar in de hele wereld heb ik nog nooit.….
zo van iemand gehouden als van jou. -En Rosamund dan?
Die is dood. -En Eleonora?
De nieuwe Medusa. M'n geliefde echtgenote.
Marshall.
Hoe gaat het met je koningin? -Niet zo best, neem ik aan.
Niet jaloers zijn. Ze heeft geen warm plekje in m'n hart.
Is het soms normaal dat iemand z'n vrouw opsluit?
Ik houd haar echt niet gevangen omdat ik zo verknocht aan haar ben.
We vieren Kerst in Chinon. Ik heb de Franse koning uitgenodigd.
Zeg tegen Richard en Geoffrey dat ze ook moeten komen.
En haal de koningin op uit Salisbury. -En als ze niet mee wil?
Ze zal het voor geen goud willen missen.
Majesteit.
Er komt een kerstviering.
Waar? -In Chinon.
Wat gebeurt er als ik een keer niet doe wat jij zegt?
Het wordt een drukke dag. Hou op of ik overleef het niet.
Jij overleeft alles. Je bent net Stonehenge. Niet kapot te krijgen.
Ik heb hier, deze Kerst, al vijanden genoeg.
Zelfs meer dan je denkt.
Ben jij daar een van? Keer je je tegen me?
Hoe lastig zou ik het je kunnen maken? -Niet erg lastig.
Ik kan je plannen verraden. Dat je Richard niet als opvolger wilt.
Dat weet Eleonora ook. Ze weet dat prins Henry dood is.
Zij wil Richard op de troon, ik John. Daar maken we geen geheim van.
Ik kan niet je minnares en je schoondochter zijn.
Johnny vindt het best. -Ik wil hem niet.
Het is een beste jongen. Hij heeft puisten en stinkt naar compost.
Hij is 16. Allicht heeft hij puisten. -Hij kan toch in bad?
Koningin van Engeland zijn is geen straf.
Niet iedereen zal je beklagen.
Jij ook niet? -Ik weet het niet. Waarschijnlijk wel.
Ik wil je niet kwijt, dat is alles. Kun je me niet zogenaamd laten verdwijnen?
Dat kan niet.
Als je niet trouwt, wil je broertje, de Franse koning, je bruidsschat terug.
Toen je bij ons kwam, was je zeven jaar.
Twee grote ogen en twee dikke knieën en meer niet.
Hoe kon ik het weten?
Wat is er, jongen?
Niks.
Geoff.
Geoffrey.
Heb je cadeautjes voor me?
Heerlijk, Kerst.
Wat doet m'n bruidsschat ertoe? Geef die toch terug aan Philippe.
De Vexin is een klein gebied, maar onmisbaar.
Ben ik dat dan niet?
Ik heb het geluk dat ik altijd verliefd word op vrouwen met land.
Toen ik met Eleonora trouwde, dacht ik: wat een geluksvogel ben ik.
De rijkste vrouw ter wereld. Aquitanië is van haar.
Het belangrijkste gewest van Europa. En ze was mooi ook.
Je aanbad haar. -Daar staat me niets van bij.
Eén lok mag er wel los bij hangen.
Het hoeft allemaal niet volmaakt te zijn.
Als ik zeg dat het over is tussen ons, dan is het over.
Als ik zeg dat je met John trouwt, dan doe je dat.
Je blijft bij mij.
Ik doe met je wat ik wil.
Richard.
Kerst. Alles is warm en knus. De wijn dampt, de haard loeit…
en wij stoken ons eigen vuurtje op. Ze is onderweg.
Wie? -Moeder.
Wil ze nog dat jij koning wordt? -Onze vriendschap is wat bekoeld.
Ik ga niet met veel vertoon mammie's wangen zoenen.
Dat moet je zelf weten. -Ik ben vaders lieveling. Alleen dat telt.
Je kent me amper, dus je kunt maar beter op m'n reputatie afgaan.
Ik ben een standvastig strijder.
Een voormalig dichter.
En ik word koning.
Vader houdt van mij het meest.
Hoe was de reis? Week het Kanaal voor je uiteen?
De golven gingen liggen toen ik daarom vroeg. Dat leek me voldoende.
Wat aardig dat je me vrijlaat. -Voor de feestdagen.
Net als op school. Je houdt me jong.
Daar hebben we die lieve Alais.
Nee. Begroet me net als vroeger.
Zo teer ben ik niet. Genegenheid kan ik best verdragen.
Wat heb ik toch een knappe kinderen. John...
Wat ben je schoon en netjes. Henry zorgt goed voor je.
Richard, kijk niet zo nors. Daar krijg je varkensoogjes en een slappe kin van.
Geoffrey.
Is Philippe er al? -Nog niet.
Hopelijk lijkt hij op z'n vader.
De onschuldige en de onnozele.
Die goeie ouwe Louis.
Als ik hem zoons had kunnen geven, dan was ik nu koningin van Frankrijk.
Dan hadden wij elkaar niet gekend.
Dat, m'n engeltjes, is de rol van seks in de geschiedenis.
Waar is Henry?
Boven, met de familiehoer.
Praat je zo over je verloofde? -Mijn verloofde.
Maakt niet uit. Ik heb haar grootgebracht en ze is me dierbaar.
Hij wil nog steeds John koning maken. -Natuurlijk.
Wat een hebzuchtig stelletje zijn jullie. Koning, koning, koning.
Twee van jullie wacht een desillusie. -Maar welke twee?
Als we blijven leven, krijgen ze niets. -Kemphanen tot in alle eeuwigheid?
Jongens. De koning van Frankrijk en ik beginnen verkennende besprekingen.
Als dokters op zoek naar een gezwel.
We zetten onze standpunten uiteen, ik doe een voorstel...
hij gaat er uiteraard niet op in, ik verhoog m'n bod, enzovoorts…
en krijg uiteindelijk m/n zin.
Zolang dit vrolijke ritueel duurt, steunen jullie me onvoorwaardelijk.
Heer. -Monseigneur.
Welkom op Chinon.
Je bent inderdaad flink voor een 19-jarige.
Ik ben Eleonora, die je moeder had kunnen zijn.
Koningin Eleonora.
Je zit in over je zus en haar bruidsschat?
Na 16 jaar mag je het verdrag met m'n vader wel eens nakomen.
Vanzelfsprekend.
Of je laat het huwelijk plaatsvinden, of je geeft de Vexin terug.
Alais trouwt Richard of het gebied is van ons.
Helder, beknopt en welsprekend geformuleerd.
Mijn standpunt is wat gecompliceerder.
Twee jaar terug hebben de koningin en ik, om een of andere reden…
Richard het bestuur van Aquitanië gegeven. Hij heeft dus al veel macht.
Trouwt hij met Alais, dan heeft hij jou als bondgenoot.
Ze trouwen of je geeft de Vexin terug. Dat is de afspraak.
Formeel juist. Maar de Vexin is van mij.
Waarop berust die aanspraak?
Het krioelt er van mijn troepen. Dus is het van mij. Luister, knul.
Ik ben koning. Ik hoef me geen knul te laten noemen.
Koning? Omdat je purperen kussens onder je reet hebt?
Philippe toch. Je brengt er helemaal niets van terecht.
Gebruik al je registers. Als ik brul, brul dan terug.
Ik zal eraan denken. -Nog iets. Wij zijn de wereld in 't klein.
Een natie is iets menselijks, dat zich voegt naar onze wil.
Als we beschaving hebben…
Als we beschaving hebben, kunnen we in vrede leven. De keus is aan ons.
Ik heb m'n eigen raadgevers. Zijn we klaar?
Je wilt iets van me. Vraag je niet of ik een voorstel heb?
Heb je een voorstel? -Nog niet, maar ik bedenk wel wat.
Tussen twee haakjes …
Je doet het beter dan ik dacht. -Het valt nog mee dat je dat ziet.
Wat zullen we ophangen, de hulst of elkaar?
Acht u mij geschikt voor het koningschap?
Zeer geschikt. -Verwacht u dat ik het zomaar opgeef?
Nee, ik heb je leren vechten.
Het interesseert me niet wat u Philippe voorstelt.
Ik wil Aquitanië én Alais én de kroon. Ik offer niet 't ene op voor het andere.
Ik verkwansel Alais of Aquitanië niet aan deze wandelende etterpuist.
Uw liefhebbende zoon peinst er niet over.
Hoorde u hoe hij me noemde?
Jazeker. Ga maar, het is zo etenstijd.
Ik doe alleen wat vader zegt. -Ga eten.
Heb ik iets verkeerds gedaan?
Ik doe altijd iets verkeerds. -Niet mekkeren.
En ga rechtop zitten. Hoe vaak moet ik dat nog zeggen?
En dat moet koning worden. -En ik z'n kanselier.
John gaat het land regeren, terwijl ik het beheer.
Hij geeft het geld uit dat ik binnenhaal. -Leuk voor je.
Koning zijn is leuker.
Ik heb je hertog van Bretagne gemaakt. Stelt dat niets voor?
Nooit valt m'n naam als troonopvolger. -Heeft een kanselier dan geen macht?
Het gaat me niet om macht. Als ik maar eens genoemd werd.
Er is hier geen genegenheid voor me.
U had niet gedacht dat ik daarop uit was, hè?
Ik moet iets opbiechten.
Ik ben niet dol op onze kinderen.
No comments yet. Be the first to leave one.