Die ersten 200 Zeilen.
DRIEDUIZEND JAAR VERLANGEN
Ik heet Alithea.
Mijn verhaal is waargebeurd.
Je gelooft me echter eerder, als ik het als sprookje vertel.
Dus, er was eens...
toen mensen in aluminium kisten door de lucht denderden,
zwemvliezen droegen en op de bodem van de zee liepen,
glazen tegels in hun hand hielden die liefdesliedjes uit de lucht konden halen,
een vrouw, behoorlijk gelukkig en alleen.
Alleen uit vrije wil.
Gelukkig want ze was onafhankelijk...
en leefde om haar wetenschappelijke geest te trainen.
Haar werk is verhalen.
Ze is een narratologist op zoek naar overeenkomsten in de verhalen van de mens.
Daarom waagde ze zich één of twee keer per jaar naar onbekend gebied.
Naar China, Polynesië en de tijdloze steden van de Levant,
waar haar soort samenkwam om verhalen over verhalen te vertellen.
Deze kant op. -Pardon?
Deze kant op, dame. -Wat doe je? Laat los.
De geheimen van Istanboel.
Welkom.
Mijn lieve vriendin. -Wat leuk.
Dit is Amina. -Van de Britse Raad.
Heb je die kerel op het vliegveld met mijn bagage gezien?
Welke kerel?
Hij rende weg toen jij kwam.
Klein jasje van schapenvacht, roze kraag.
Interessant.
Hij was kokendheet.
Rook muskusachtig.
Misschien was hij een djinn. -Eerder een illegale taxichauffeur.
Met te veel aftershave op.
Dus u gelooft in djinn's, professor?
Ik geloof dat sommigen erin moeten geloven.
Ik ook? -Djinn, geesten,
buitenaardse wezens, als het maar helpt.
Het hotel heeft een leuke verrassing voor u.
Het is de Agatha Christie-kamer, waarin ze Moord in de Oriënt-Expres schreef.
Hoe verklaar je de kracht van onweer...
zonder dat je over meteorologische gegevens beschikt?
Hoe verklaar je de seizoenen?
Van herfst via winter naar lente en zomer,
als je niet weet dat de aarde om de zon draait terwijl hij om zijn as draait?
Alles was een raadsel.
De seizoenen, tsunami's, bacteriële infecties.
We hadden alleen maar verhalen.
Dr. Binnie heeft ons geleerd dat verhalen vroeger...
als enige ons verwarrende bestaan konden duiden.
Dat klopt helemaal.
We benoemden de onbekende krachten achter alle wonderen en rampen...
door elkaar...
Door elkaar verhalen te vertellen.
Ik zal het laten zien.
We vertelden verhalen over bepaalde, machtige, herkenbare goden...
die aanwezig waren in alle culturen en mythologieën,
van de Grieken tot de Romeinen tot de Noormannen, enzovoort.
De bekende afstammelingen van Zeus, Poseidon, Athena,
Thor, de hele bende, worden tot op de dag van vandaag nog afgebeeld.
Dit zijn hun huidige evenbeelden.
De vraag is, wat hebben zij voor 'n zin?
Wat verwachten we tegenwoordig van hen?
We kennen mythologie en wetenschap.
Mythologie is wat we toen wisten.
Wetenschap is wat we tot nu toe weten.
Vroeg of laat worden onze scheppingsverhalen vervangen...
door de verhalen van de wetenschap.
Exacte wetenschap.
Alle goden en monsters verliezen hun oorspronkelijke doel...
en worden gereduceerd tot metaforen.
Onzin.
Wat is er gebeurd? -Geen idee. Ze viel opeens.
Ze viel opeens.
Gaat het?
Moet je niet naar de dokter? -Ik voel me prima.
Sorry, maar weet je het zeker?
Behalve de gebruikelijke kwaaltjes is er niets aan de hand.
Geen reden voor paniek. -Wat gebeurde daar?
De laatste tijd krijgt mijn fantasie de overhand.
Het overvalt me.
Het lijkt een waarschuwing. -Waarvoor?
Om niet zelfgenoegzaam te zijn. Om scherp te blijven.
Het openbaart zich af en toe abrupt.
Ik probeer het niet tegen te houden.
Het neemt even de controle over en trekt zich dan terug.
Wat trekt zich terug? -Het is irrationeel. Het is niets.
Je gedraagt je als een kind. -Ik voel me ook een kind.
Als het lot bestaat, kunnen we eraan ontsnappen?
Wie kan het weten?
Maar ik weet wel dat er in de Grote Bazaar van Istanboel,
62 straten en 4.000 winkels zijn.
In één van die winkels zijn drie ruimtes.
In de kleinste ruimte lag een stapel spullen, oud en nieuw.
Van de onderkant van die stapel, koos ik een souvenir.
Weet u wat dit is?
Het kan een Cesm-i Bulbul zijn, een "Nachtegaaloog."
Rond 1845 had je glasblazers in Incirkoy.
Ze waren beroemd om dit blauw-witte patroon.
Kom op, het is mijn cadeau. Kies iets minder troosteloos.
Hoe kan je vaststellen dat dit een echte Cesm-i Bulbul is?
Je moet dan bloed uit de longen van de glasblazer kunnen zien.
Maar deze is waarschijnlijk recent nagemaakt.
Het is beschadigd door brand. Kies iets anders.
Nee, dank je, Gunhan.
Ik vind deze mooi.
Wat het ook is, er zit vast een interessant verhaal achter.
Goedemorgen. -Hoe wilt u uw eieren?
Zachtgekookt. -Met toast?
Ja, zonder korstjes.
Twee eieren? -Slechts één.
Oke, dank u. -Bedankt.
Ik doe mijn ogen dicht en tel tot drie.
Het zou fijn zijn als je daarna weg bent.
Eén, twee,
drie.
Vier, vijf,
zes, zeven, acht,
Negen, tien.
Je spreekt vast geen Engels.
Duits?
Spaans?
Grieks?
Spreek je het Grieks van Homerus?
Ik heb wat lessen op de universiteit gevolgd.
Wees alsjeblieft niet bang voor me maar ook niet achteloos.
Ik ben u iets verschuldigd voor deze bevrijding.
Uit dien hoofde mag u drie wensen doen.
Er zijn wetten die niet overtreden kunnen worden.
Drie is drie. Het aantal van de macht.
U mag geen oneindig veel wensen wensen.
Ja, ik ben bekend met het concept.
Evenmin mag u het eeuwige leven wensen.
Het is uw natuur om sterfelijk te zijn. De mijne om onsterfelijk te zijn.
Ik kan ook geen zonde vergeven of een einde maken aan al het lijden.
Ik ben maar een Djinn.
Dat klinkt redelijk.
Dat zijn de grenzen.
Wie is dat kleine mensje?
Hij is een magiër.
Hij leidt ons door de tijd.
Einstein.
Bent u een heks die hem in een doos bewaart?
Nee. Dat is wetenschap.
Televisie.
Golven van licht en geluid.
Zenders.
Ik weet niet precies hoe het werkt.
Ik ben literatuurwetenschapper.
We weten niet veel.
Ik ben een djinn met weinig gaven, maar ik begin deze uitzendingen te begrijpen.
Je hebt mijn taal leren spreken.
Engels is makkelijk.
De grammatica is snel te leren, vind ik.
Wil je deze kleine Albert hebben?
Dit is niet goed voor hem. Zet hem terug. -Ik kan hem vergroten. Om mee te praten.
Zet hem terug. -Is dat een wens?
Nee, dat moet je doen.
Wat heb je dan te wensen?
Wat is je hartenwens?
Laten we niet op de zaken vooruitlopen.
Ik moet rustig aan doen.
Ik heb alle tijd.
Vertel eens iets over jezelf.
Ik heet Alithea Binnie. Ik ben voor een congres in Turkije.
Ik ga morgen terug naar mijn vaderland. -En?
Ik moet iets opbiechten dat ik nog nooit aan iemand verteld heb.
Wat goed.
In mijn jeugd was er een jongen.
Je eerste liefde? -Hij was niet van vlees en bloed.
Een djinn?
In die tijd zat ik op een meisjesschool.
Giechelende meiden.
Ik was, ik ben van nature een teruggetrokken wezen.
Die jongen, Enzo, kwam voort uit mijn leegte.
Uit de behoefte om te fantaseren.
Hij vertelde me verhalen in een taal die alleen wij twee spraken.
Als ik hoofdpijn had, verdween hij maar was in de buurt bij een astma-aanval.
Net als die kleine Albert die ik je niet mocht geven?
Een openbaring?
Slechts een openbaring van een gemis.
Ik was bang dat hij weg zou gaan. Dus schreef ik over hem.
Ik maakte een dagboek vol gebeurtenissen.
Maar des te meer gebeurtenissen ik beschreef,
des te meer ik begon te twijfelen.
Ik begon het stom te vinden.
Ik voelde me stom.
Dus na enige tijd heb ik alles in de oven van de school verbrand.
Daarna was hij verdwenen.
Desondanks ben ik hier.
Tegen alle logica in, ja.
Ik ben er echt en we moeten aan de slag.
Kunt u later terugkomen? -Roomservice, Dr. Binnie.
Ik heb uw ontbijt.
Momentje.
Hou de deur dicht.
Waar zal ik het neerzetten? -Geef maar.
Staat u mij toe. -Het gaat wel.
Hebt u goed geslapen? -Dat ziet er heerlijk uit. Ja, zeker.
Wat gaat u op deze mooie dag doen? -Ik kijk nog wel.
Ik kan u een mooie galerie laten zien. -Wat aardig, dank u.
Misschien een andere keer. Fijne dag.
No comments yet. Be the first to leave one.